KOPP staat voor: Kind van Ouder met Psychische Problemen. Opgroeien met een ouder met psychische problemen is zeer heftig voor een kind. Deze ervaringen neem je als volwassene mee. Op deze pagina wat het betekent om KOPP te zijn en hoe dit mijn leven beïnvloedt. 

Mijn broer en ik zijn opgegroeid in een gezin met veel emotionele spanning. Moeder had psychische problemen en vader wist zich daar geen raad mee. Als kind ben je niet verantwoordelijk voor wat je met dit gegeven in deze situatie doet. Als volwassene ben je dat wel. Ik denk dat het als KOPP-volwassene belangrijk is te zien dat je ouders niet altijd in staat waren om te geven wat je nodig had, en te weten dat ze hebben gedaan wat op dat moment in hun vermogen lag. Dit inzien helpt om niet rancuneus te zijn naar je ouder(s), te leren omgaan met ‘de deuken’ die je als kind en jongere hebt opgelopen, een positief zelfbeeld te ontwikkelen en te genieten van al het moois dat het leven je te bieden heeft. Je bent nooit te oud om te leren en te ontdekken wie je werkelijk ten diepste bent.

Mee leren omgaan

Opgroeien met een ouder met psychische problemen is zeer heftig voor een kind. Deze ervaringen neem je in je volwassen leven mee en zul je mee moeten leren omgaan. Opgroeien in een dergelijk gezin betekent vaak last hebben van o.a. schuldgevoelens, schaamte, bezorgdheid, eenzaamheid, verantwoordelijkheid en spanning. Er is te weinig ruimte voor een kind om eigen behoeftes goed te leren kennen en de eigen identiteit te ontwikkelen. Daardoor kan een gering gevoel van eigenwaarde parten gaan spelen.

Schuldgevoelens

Ieder kind heeft de neiging om de oorzaak van de problemen thuis bij zichzelf te leggen. Omdat kinderen altijd loyaal zijn aan hun ouders en het voor kinderen dus ‘makkelijker’ voelt om zichzelf de schuld te geven dan te zien dat de verantwoordelijkheid bij de ouder ligt. Ik heb geen last gehad van zware schuldgevoelens, maar ik probeerde wel om een zo’n goed mogelijke dochter te zijn, zodat de kans kleiner zou zijn dat mijn moeder weer niet uit bed zou komen, zou vervallen in haar buien (zoals wij dat noemden) en opnieuw opgenomen moest worden in een inrichting.

Ongezonde schuldgevoelens kunnen ervoor zorgen dat je – ook op latere leeftijd – je meer dan gemiddeld zorgen maakt over wat andere mensen van je denken en het vreselijk vindt als andere mensen boos op je zijn. Ook ligt perfectionisme op de loer. De drang naar volmaaktheid is een strategie, die geworteld is in de angsten en verlangens van een kind dat zich op die manier probeert te verzekeren van liefde en goedkeuring. Mensen met ongezonde schuldgevoelens zijn vatbaar voor zowel ziekten als zwaarmoedigheid.

Schaamte en eenzaamheid

Schaamte is iets dat vermoedelijk alle kinderen met een ouder met psychische problemen wel kennen. Velen nemen dan ook geen vrienden en vriendinnen mee naar huis, omdat de angst dat de ouder weer iets geks doet of zegt groot is. Het is een taboe en ook mijn broer en ik praten er niet over, met niemand. Dat zou voelen als verraad naar onze ouders en als teveel de vuile was buiten hangen. Tenslotte praten mijn ouders er zelf ook niet over (alleen achter gesloten deur met huisarts, dominee of ouderling). Het gevolg was dat ik mij als klein kind en jongere diep van binnen eenzaam en afgescheiden voelde.

Pover zelfbeeld

In KOPP-gezinnen speelt het zich vaak allemaal achter gesloten deuren af. Bij ons thuis kwamen alleen in goede periodes vrienden en vriendinnen op bezoek, die ook vaak aangaven dat ze graag bij ons thuis kwamen. Mijn ouders waren vriendelijk en gastvrij. Moeder zorgde voor drinken en lekkers, er werd samen naar voetbal gekeken en veel gedebatteerd over politiek etc. En dat allemaal onder fanatieke ‘leiding’ van met name mijn vader. Vele, vele jaren later heb ik aan de mensen uit die tijd met wie ik nog contact had, verteld wat er bij ons speelde. Ze waren stom- maar dan ook stomverbaasd; nooit iets van mij over gehoord en nooit iets gemerkt.

Het is nog altijd zo dat mensen moeilijk over psychiatrische problemen praten. Van daaruit groeit vaak schaamtegevoel en ook een pover zelfbeeld, waardoor de behoeften van anderen vaak voorgaan op eigen behoeften.

Bezorgdheid en angst

Als jongere was ik altijd maar met een ding bezig wanneer ik naar huis liep of fietste: is het gordijn van de slaapkamer van mijn ouders dicht of open? Open, dan was ik opgelucht. Dicht, dan ging ik met loden schoenen naar boven (we woonden in een flat). Gordijnen dicht betekende nl. dat mijn moeder in bed lag en de sfeer weer gespannen was en er ook onverwachtse zeer vervelende dingen konden gebeuren. Een constante bezorgdheid, angst, op de hoede zijn. En ook machteloosheid, want er is niets wat je kunt doen, ook al wil je nog zo graag. Ook dat zorgde bij mij voor een altijd diep in mij aanwezige droefheid en eenzaamheid. Het bekende verschil tussen kern en schil; aan de buitenkant zag men een vrolijk, levendig en vurig kind en een populaire leerling op de middelbare school.

Verantwoordelijkheid

Er zijn veel kinderen van een ouder met psychische problemen die een zorgende houding gaan innemen en taken van hun ouders overnemen. Wassen, strijken, poetsen, de afwas doen en zo goed mogelijk zorg dragen voor de zieke ouder en ook de gezonde ouder. Een omgekeerde wereld, die niet goed is voor een kind. Dat speelt bij bijna alle kinderen in deze situatie. Het wordt parentificatie genoemd; het overnemen van de ouderrol en extreme verantwoordelijkheidsgevoelens die niet passen bij de leeftijd. Je bent de ouder geworden van je ouder.

Op een bepaalde leeftijd bleek dat het mij wel eens lukte om mijn moeder uit bed te praten. Mijn vader was daar heel blij mee, dus als het weer mis was en zij in bed lag, stimuleerde hij mij om naar haar toe te gaan. Ik voelde me daardoor gewaardeerd, voelde dat mijn vader trots op mij was en dus was ik van binnen ook trots dat mij dat lukte.

Flink zijn

Vastgezette emoties ontstaan omdat gevoelens er niet mogen zijn. In een gezin waar psychische problemen bij een ouder een grote rol spelen, worden bij de andere gezinsleden nogal eens emoties onderdrukt. Als je allereerste ervaring met verdriet is, dat je niet verdrietig mag zijn, dan zet dat verdriet zich vast. Voor mij was er maar een ding heel belangrijk: ik leek dan wel uiterlijk op mijn moeder, maar verder wilde ik op geen enkele manier op haar lijken. Zij gooide in slechte periodes al haar emoties er ongefilterd uit en dat was vreselijk en beangstigend. Dus ik hield al mijn emoties binnen. Daarbij kreeg ik van m.n. mijn vader als klein kind al met de paplepel ingegoten dat ik flink moest zijn. Dus was ik flink.

Blokkades

Door weggestopte emoties ontstaan er blokkades en blokkeert de energie. Een mens is opgebouwd uit energievormen en lagen. Die energie is voortdurend in beweging. Als een gevoel zich vastzet, dus een blokkade vormt, ontstaat er een stukje in ons dat niet beweegt, niet stroomt. Deze blokkades treden op door onderdrukte gevoelens van angst, verdriet en boosheid.

Ook psychische problemen tijdens de zwangerschap brengen risico’s mee voor de ontwikkeling van het kind. Verschillende studies tonen aan dat psychische problemen van de aanstaande moeder invloed hebben op de cognitieve en emotionele ontwikkeling van de hersenen van het kind en op het stressniveau. Uiteindelijk vergroten de problemen van de ouders de kans op psychische, mentale of fysieke problemen bij het kind op latere leeftijd.

Verstoorde ontwikkeling

In een gezin waar psychische problemen spelen, is de kans groot dat je als kind en opgroeiende jongere niet echt gezien wordt. Alle aandacht gaat naar de zieke ouder. Daarbij is er ook veelal (zware) anti-depressiva en slaapmedicatie in het spel; niet alleen bij de zieke ouder. Ook de andere ouder moet in soms stormachtige omstandigheden toch op de been zien te blijven. Deze medicatie heeft zoals we allemaal wel weten invloed op het gevoelsleven, aandacht en concentratie.

Doordat alle aandacht, ook die van jou, naar de zieke ouder gaat, heb ook jij onvoldoende aandacht voor de eigen behoeften, eigen energie en mogelijkheden. Dat kan schadelijk zijn voor je ontwikkeling. Het is voor ieder mens belangrijk om te ontdekken wie je bent, wat je wilt en wat je kunt. Door de spanningen thuis en doordat je met heel andere dingen bezig bent dan de meeste van je leeftijdsgenoten, is het mogelijk dat die spontane ontwikkeling verstoord raakt.

Bewijsdrang en grenzen

Dit alles kan resulteren in een stevige bewijsdrang naar jezelf en anderen. Bij mij heeft zich dat vanaf ongeveer mijn 20ste nadrukkelijk ontwikkeld. Ik wilde vooral aan mijzelf, maar natuurlijk ook aan anderen laten zien dat ik wel degelijk wat waard was. Eenmaal uit huis volgde ik de ene studie na de andere (of beter: ik deed ze tegelijk, naast een fulltime baan) en klom in rap tempo op de carrièreladder naar boven. Heerlijk vond ik het: ik kon eindelijk ontdekken waar ik goed in was, waar ik energie van kreeg. Ik was zeer gedreven en enthousiast en genoot van al het succes. Grenzen voelde ik niet, ik ging altijd maar door; de bewijsdrang was sterk aanwezig. Ook dat is iets typisch voor KOPP. Deze kinderen wordt niet geleerd hoe om te gaan met grenzen; er ontbreekt vanuit de ouders een ‘gezond’ voorbeeld. Ik heb dus pas op late leeftijd noodgedwongen mijn grenzen moeten leren ontdekken en bewaken.

Voor meer informatie over KOPP, zie de website voor (volwassen) Kinderen van Ouders met Psychiatrische Problemen (met name de rubriek ‘Informatie).

KOPP - ingrijpend voor het leven - Foto: Rudi Korthuis

Foto: Rudi Korthuis

 

Stemmen in mijn hoofd –

ze doen maar één ding:

mij tegenspreken.

‘We spreken jou helemaal niet tegen!’

Ik wandel.

‘Je wandelt helemaal niet!

Je staat zoals gewoonlijk stil.’

Ik denk aan iemand.

‘Je denkt helemaal niet aan iemand!

Je denkt nooit aan iemand.’

Ik sta stil.

‘Nu wandel je. Nu heb je blijkbaar

opeens haast!’

En heel even houden ze hun mond.

‘We houden helemaal niet onze mond,

we houden nooit onze mond,

nooit!’

Ze houden nooit hun mond.

– Toon Tellegen